Bali naar Singapore

Donderdag 12 augustus 2004 - Dag 740 - Lembongan
 

Met Sean en Chuck als matrozen ben ik minder kapitein dan prins karnaval. Zij zijn de Peppie en Kokkie van de zee. Sean is de clown die om aandacht schreeuwend door de piste struikelt, Chuck de droogkloot die de grap met een gouden opmerking binnenkopt.

Het is alsof iemand chilipepers in hun kont geduwd heeft sinds ze met hun moeder inkopen hebben gedaan, voor de oversteek van Bali naar Singapore. In de Makro van Denpasar - yep, de Makro van Denpasar - zagen ze welke brede kloof er gaapt tussen de prijzen thuis en in Indonesië. Nu willen ze een internationale handel opzetten. In hun hoofd zijn ze er al stinkend rijk mee geworden. In de werkelijkheid moet hun verovering van de wereld nog uit de fantasiefase losgewrikt worden maar dat vinden ze een verwaarloosbaar detail. Sean en Chuck willen een vloot schepen huren - Wat zeg ik? Kòpen! - Sean en Chuck zullen een vloot schepen kopen en die volladen met een product dat ze in Vlaanderen met een fabelachtige winst kunnen doorverkopen. 'Twee Euro verschil per pak maat!' En wat is het gouden kalf dat wacht om door onze ondernemers geslacht te worden?

Noedels.

Sean en Cuck willen de internationale noedelhandel inpalmen. Chuck zegt: 'En in België sturen we onze schepen dan terug, bakkensvol met patatten en chips.' Want die kunnen ze in Bali tegen woekerprijzen versjacheren. Sean roept: "Woehoe! En met een ander schip brengen we ons geld naar de bank!"

Vijf knopen stroming tegen. We ploegden op motor én zeilen door een zee die met de snelheid van een jogger onder ons wegschoof. Ongelooflijk. Pas nadat we twintig mijl gevaren hadden konden we tien mijl verder het anker laten vallen bij het eiland Lembongan dat tussen Bali en Lombok ligt en een toeristische trekpleister is. Rond Mercator varen de hele tijd motorbootjes met zo'n banaan erachter. Daarop houden gillende Japanners zich krampachtig vast.

En niettegenstaande dat gedoe wist ik op slag weer wat de magie van rond de wereld zeilen is. Voor anker liggen. Meer stelt het paradijs niet voor.

Terwijl ik dit schrijf hoor ik dat Els met haar kinderen terugkeert van het land. Ze zijn nog ver maar Sean scheurt de rust in de baai aan flarden. 'Woe-woe-woe-woe-woe!!', roept hij, als een indiaan, rechtopstaand in Buut.

 
 

 

Zaterdag 14 augustus 2004 - Dag 742 - Mamburit - bij Kangean
 

Toen we gisteren aan de rand van het rif kwamen waarachter we geankerd hadden geloofde ik mijn ogen niet. Waar de muur van koraal de stroming niet langer tegenhield zàg je de massa water voorbij schuiven, als een roltapijt. Het ene moment bevonden we ons in stilstaand water, het andere moment was het alsof we in een rivier stapten en meegesleurd werden. Echt hallucinant. We voeren met zeven knopen naar het noorden maar we gingen maar met één knoop vooruit.

Pas na uren en uren ploeteren rondden we het meest oostelijke punt van Bali en konden we op de open Java-zee mikken. Het was intussen donker. Samen met Chuck, wiens wacht begonnen was, zette ik de genua op de boom. Een rustig nachtje op een kalme zee kon beginnen.

Als ik niet oplet ga ik er echt van houden, van dat zeilen.

Vierentwintig uur na ons vertrek uit Lembongan gooiden we het anker uit bij een eilandje dat aan de westkust van Kangean ligt. Zoek Kangean niet in een reisgids, er is nergens sprake van. We zijn dan ook in één etmaal naar een volkomen andere wereld gezeild. Geen sprake meer van toerisme hier, zelfs niet van mensen die een woordje Engels spreken. Van Mamburit, het piepkleine eilandje-met-dorp-erop, waarbij we liggen, vermoedde ik zelfs het bestaan niet tot we het met de verrekijker ontdekten. Omdat we ook in de Javazee met ongedetailleerde kaarten varen moeten we onze weg grotendeels zoéken en vertrouwen op onze ervaring om een plaats te vinden waar we kunnen parkeren. Het gevolg is dat we komen waar misschien sinds jàren geen jacht is geweest.

Het anker lag nog niet vast in de grond of enkele prauwen met jongentjes erin zwermden al rond Mercator. Els en de kinderen vertrokken onmiddellijk op zoek naar iemand die onze was wilde doen - het is onze manier om de plaatselijke economie te steunen - maar kreeg haar verzoek niet uitgelegd. Ze kreeg wel een wasteil en een borstel in de handen geduwd en werd door een indrukwekkende delegatie dorpelingen naar de waterput begeleid. Chuck, die het argwanende wereldbeeld van een twintiger uit de stad heeft, houdt niet van horden mensen die als instant-vrienden tegen zijn lijf plakken en vermoedde in elke beweging van de nieuwsgierige Indonesiërs een mogelijke aanval op zijn lijf of zijn bezittingen.

Tegen zonsondergang kwamen oudere jongens naar Mercator zwemmen. Ze staken hun duim tussen wijs- en middelvinger en vroegen of we porno hadden. Ik gaf ze een cd van Eurosong for Kids.

 
 

 

Zondag 15 augustus 2004 - Dag 743 - Kangean
 

Erg veel 'orang puti' (witte mensen) zullen ze op Mamburit wel nog niet gezien hebben want het feit dat Sean, Luna en ik er vanmiddag aan wal gingen ontketende een volkstoeloop waarin gewonden dreigden te vallen. Het was zo erg dat we een man moesten vragen de kinderen tegen te houden toen we de vuurtoren wilden beklimmen. Anders was er gegarandeerd eentje naar beneden gestuikt. En die vuurtoren was hoog. Vraag het maar aan Sean die naar boven klom alsof hij in zijn broek gedaan had. Hoogtevrees.

We verlegden Mercator, amper een halve mijl verder, naar een strandje op Kangean. Zo kunnen we alweer één van de meer dan dertienduizend eilanden van Indonesië afvinken.

 
 

 

Maandag 16 augustus 2004 - Dag 744 - Java Zee
 

Meer dan twintig vissersschuiten telden we op een bepaald moment binnen de cirkel van de horizon. Het is druk op de Javazee. We varen nochtans ver uit de kust van Java zelf, dat wel één van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld is. We moesten gas bijgeven om een sleepboot met daarachter een enorme bark voor te zijn en afremmen om een ferry te laten passeren. 's Nachts was het alsof er kerstverlichting op zee aangestoken werd, zoveel schepen waren er.

We waren bij het eerste daglicht vertrokken. De dag wilde zich ontplooien zoals alle andere dagen op zee, in een soort aangename trance vol stilte en rust. Maar Sean is aan boord, dus ontpopte de dag zich als een busrit van studenten op jaarlijkse uitstap naar een pretpark.

 
 
 

 

Dinsdag 17 augustus 2004 - Dag 745 - Labuan - Bawean

Het enthousiasme is te groot. We waren als een wereldberoemde popgroep. Sean heeft er geen moeite mee om zich als Robbie Williams te gedragen - dat doet hij zelfs als er geen mens naar hem omkijkt - maar de aandacht van kinderen en volwassenen op Bawean was soms zo benauwend dat ik de bodyguard van Luna moest zijn - alle mensen trokken aan haar magische blonde haren, wreven over haar fascinerend blanke armen, porden in haar ranke zij en wilden tegelijk haar smalle handje vasthouden. Het was zo erg dat mijn dochter in elkaar klapte, één keer begon ze zelfs bijna te huilen.

Vandaag is het de Nationale Feestdag van Indonesië. We wandelden door de doodse hoofdstraat van een dorp dat hier op drie kilometer stappen vandaan ligt, Tamba, en waren al van plan terug naar Mercator te gaan toen een jonge man, de leraar Engels, ons aanklampte en duidelijk maakte dat wij op de verkeerde plaats liepen. Hij begeleidde ons naar het voetbalplein waar het hele dorp samengestroomd was.

Op slag hadden honderden mensen nog amper aandacht voor de stierengevechten. Het was nochtans spectaculair telkens twee stieren op elkaar losgelaten werden. Die kolossen beukten elkaars schedel aan gruzlementen en haakten hun hoorns in elkaar in een wolk van stof, bloed en zweet. Het spannendste moment was echter elke keer wanneer één van die stieren er de brui aan gaf en in een stuurloze galop weg vluchtte. Want dan dreigden tientallen toeschouwers die toevallig in de weg stonden onder de voet gelopen te worden en nog leuker dan vechtende stieren is te zien hoe drommen mensen hun vege lijf proberen te redden door elkaar in paniek te vertrappelen. Eén keer sneuvelde bijna een kraampje onder het geweld van de vechtende beesten. Gelukkig konden toen de ordehandhavers - stoere mannen van Tamba die paniekerig met takken zwaaiden - hen op het nippertje een andere richting uitsturen. Maar goed, het allerboeiendste was toch de aanwezigheid van vijf blanke mensen.

Na het toernooi - toen de helft van de stieren in de smalle straatjes gevlucht waren, telkens met een zwerm kinderen achter hen aan - en na een drankje in het huis van de leraar werden we elk op een brommertje teruggebracht naar de baai waar Mercator lag. 'Free for nothing!', juichte Chuck want we mochten niet betalen.

Toen we vanmorgen aan land gingen voelden we onmiddellijk dat Bawean een bijzonder eiland is. De mensen in het kleine gehucht waarbij we pas geankerd hadden, Labuan, waren uitzonderlijk gastvrij en sommigen spraken zelfs een aardig mondje Engels - veel mannen van Bawean werken in de olie-industrie of op vrachtschepen. Aan het kleine kraampje waar we gado-gado en bakso aten konden we zelfs een aangenaam gesprek aanknopen.

Nog eerder vandaag, in de laatste twintig mijl voor Bawean, moesten we salommen tussen ontelbare vlotten van samengebonden bamboe waarop een schamel palmblad als vlaggetje stond. Vissers hopen dat daaronder zoveel mogelijk vissen komen wonen en gooien ernaast hun netten uit. Tussen die bamboevlotten kriskrasten dan ook evenveel kleine zeilbootjes. Mercator was als zo'n loden bal in een flipperkast, maar dan wel eentje die niets mag raken.

 

 

 

Woensdag 18 augustus 2004 - Dag 746 - Labuan - Bawean
 

Ik moet toegeven dat ik er op een bepaald moment flink genoeg van had. Gastvrijheid kan verstikkend zijn.

Al om zeven uur vanmorgen schoof er een wonderlijke verschijning over het stille water van onze baai. Eén van de mannen - nu ja, 'man' is in dit geval een érg rekbaar begrip - één van de mannen die ons gisteren op een brommer naar Mercator had gebracht was naar ons toe aan het peddelen. In een piepklein opblaasbootje. Een ròze opblaasbootje. Ik denk dat die kerel een statement wilde maken. Hij lag op zijn rug, roeide met zijn handen, had een duikbril op zijn hoofd en zijn benen bengelden in het water. Een verbijsterend beeld. 'I do not disturb?' piepte hij en ik hoorde 'I am your desert?' want ik moet toegeven dat zijn présence mij in de war bracht.

Udin heeft samen met ons ontbeten en begeleidde ons achteraf naar de markt. 'Oh my god!', gilde hij om de zeven seconden, bijvoorbeeld toen hij zijn teenslipper in een waterput liet vallen waarna hij zich zo diep bukte dat Chuck een meter achteruit deinsde omdat hij vreesde dat hij uitgenodigd werd sodomie te plegen. In ieder geval, Udin is een ontwikkelde man want hij bleef ons maar uitleggen hoe hij het haatte dat Indonesiërs al hun afval in zee gooien. 'Singapore daarentegen! Aaah', verzuchtte hij en hij hield de achterkant van zijn hand tegen zijn voorhoofd, 'Dààr is het tenminste proper!' Maar toen we met hem met Buut naar het strand voeren gooide hij wel achteloos een plastic zak in het water. Ik gaf hem een klap voor zijn kop en hij gilde 'Oh my god!'

Iets later begon het allemaal een beetje op mijn zenuwen te werken.

Kijk, wij zijn dus ontzettend populair hier. Daardoor roept iédereen intussen Luna's naam en willen àlle vrouwen aan haar lijf komen, en daardoor zijn wij als een soort trofeeën die iedereen in huis wil halen. De leraar van gisteren stond ons al sinds zes uur op te wachten, zei hij een beetje klagerig. Na een uitputtend uurtje op de markt werden we in riksja's geduwd die ons naar het huis van Udin brachten. Het was nog maar negen uur maar wij moesten al in de zithoek van onze gastheer genieten van de rijkdommen van zijn familie: een grote fles Fanta, een stapel versgebakken vis-en-aardappelflappen, een bord vol 'kattenogen' (een soort fruit) en ook nog chocolade en fruitsap en appels (onbetaalbaar, hier) en koekjes. Het doek werd van de televisie gehaald, een seconde later eiste een muziekprogramma alle aandacht op. Met hun neus tegen de ramen geplakt volgden tientallen kinderen elke beweging die we maakten. Wij moesten begot zelfs fotoalbums doorworstelen. Udin stond op elke foto alsof hij in het ballet van Claude Francois zat. Ik zei 'You look very macho' en hij kirde 'Oh my god!'

Daarna werden we naar het huis van het schoolhoofd getroond (alweer hapjes en drankjes) en langs de school gedwongen. Het was pas halfelf maar ik wilde zo snel mogelijk terug naar de rust van mijn zeilschip.

'Je kunt ook wat bij mij komen slapen', zei Udin. Hallo? Toen ik eerder achterop zijn bromfiets zat, had hij mij al gezegd dat ik mij beter kon vasthouden met mijn handen op zijn benen.

'Hoe laat spreken we straks af?' vroeg Ujang, de leraar, hoopvol toen wij met vier bromfiesten terug naar Buut gebracht waren. Mijn sociale reserves waren echter uitgeput dus zei ik dat ik de hele namiddag moest werken.

De rest van de Mercator-bemanning heeft de honeurs waargenomen. Els, Luna, Chuck en Sean brachten in de namiddag een paar uren op de school door en konden daar achteraf een paar dagen over blijven vertellen.

 
 

 

Vrijdag 20 augustus 2004 - Dag 748 - Kumai Rivier - Kalimantan - Borneo
 

Ruim twee jaar geleden stapte ik met Dirk Wauters, de marketing manager van Mercator Bank en Verzekeringen, het kantoor van Ronald Everaert binnen, toen nog de CEO van het bedrijf. Dirk was ervoor te vinden dat Mercator onze zeilreis zou steunen. Maar nu moest ons plan de ultieme goedkeuring krijgen van de grote baas.

Ronald maakte een espressootje voor ons. Toen ging hij aan de vergadertafel zitten en vroeg onmiddellijk: 'En hoe lang gaat die reis van je duren?' Verdomme. De verkeerde vraag. 'Geen idee', stamelde ik. 'Ik denk, euh... minstens drie maanden? Maximaal drie jaar?' De baas bleef minzaam glimlachen en vroeg: 'En waar gaan jullie naartoè?' Zelfs daar kon ik niet op antwoorden. Ik wilde me niet binden aan een langdurig contract en dan tegen mijn zin vastzitten op zee. Ik wist niet eens of ik graag zeilde. Ik had er geen idee van of wij graag op een boot leefden. In mijn stoutste dromen zag ik ons helemaal rond de wereld gaan, maar dat durfde ik niet te zeggen. Waar naartoe? Ook hierop antwoordde ik: 'Geen idee.'

Toen glimlachte Ronald nog een keer zijn glimlach waarin vaderlijke warmte en de weemoed van veel levenservaring ligt. Hij zei: 'Dus je wil betaald worden voor een familiereisje van onbepaalde duur en zonder doel?'

Op dat moment wist ik dat onze deal in het water lag.

Maar Ronald lachtte en zei: 'Voor mij is het goed.'

Mijn espresso was nog niet op maar de vergadering was afgelopen. Dirk en ik mochten gaan. Ronald Everaert stond op - hij is een erg grote man - schudde me de hand en zei: 'Maar ik vind toch dat jullie rond de wereld moeten proberen te geraken.'

Dus heb ik daarvan maar het doel gemaakt.

Ik herinner me die ochtend terwijl we nu op de Kumair-rivier varen. Die ligt in Borneo. Uitroepteken. Borneo. Had Ronald Everaert me twee jaar geleden gezegd dat ik voor onze samenwerking ook op een brede bruine rivier stroomopwaarts naar een dorpje in Borneo moest varen, dan zou ik hoofdschuddend gezegd hebben 'Komkom, dat kàn niet. Je moet realistisch blijven.'

We hebben alweer meer dan een etmaal zeilen achter de rug en die was van een schoonheid die zeldzaam is. De Javazee heeft een erg slechte reputatie: ofwel is er geen wind, ofwel krijg je met het ene onweer na het andere af te rekenen. Niets van dat voor ons. Een extreem standvastig passaatwindje van vijftien knopen blies ons aan halve wind over een rustige zee, ons appelblauwzeegroene monster trok ons aan een droomsnelheid heerlijk stabiel vooruit. We passeerden een groep van wel dertig vissersschuiten die midden in zee voor anker lagen, een erg bevreemdend gezicht. 's Avonds ruilde ik de genaker voor de genua, we legden nog een spelletje kaart, keken een filmpje en deden elk een rustige wacht terwijl de anderen heerlijk sliepen.

Vanochtend, al van voor zonsopgang, voeren we uren en uren met slechts twee à vijf meter onder de kiel. De kusten voor Borneo zijn erg ondiep. En nu slalommen we naar Kumai, over een brede rivier die door een zinderend hete jungle slingert.

Echt waar, ik kan dat zelf moeilijk geloven.

 
 
 

 

Zaterdag 21 augustus 2004 - Dag 749 - Kumai - Kalimantan - Borneo
 

Ik sla te rap in paniek. Ik ben te snel te bang.

We moesten Harry hebben. Maar Harry was met een klotok - een houten rivierboot - met gasten erop in het Taman Nasional Tanjung Puting. 'We halen hem wel met een speedbootje', zeiden de jonge mensen van Harry's Yacht Service. 'Je kinderen kunnen mee.' Hoe lang zou dat duren? 'Een half uurtje heen en een half uurtje terug.'

Prima. Luna, Chuck en Sean wurmden zich in het kleine speedbootje en schoten weg over de rivier.

Vijf uur later waren ze nog niet terug.

Ik moet tussendoor even iets zeggen. Een jaar of vijftien geleden ben ik al een keer in Borneo geweest, aan de andere kant van het eiland. Toen namen mijn broer en ik een speedbootje rivieropwaarts. Een week later las ik de krant. Exact datzelfde bootje was in ondiep water tegen een rots geknald. De vijf inzittenden waren dood.

Vijf uur nadat Luna, Chuck en Sean voor een uurtje vertrokken waren was dat het enige waaraan ik kon denken. Ik zei het niet aan Els. Zij was zo al nerveus genoeg. Het was intussen al lang donker en donker betekent hier zwart. 'Misschien zijn ze tegen een boomstam gevaren', zei iemand. 'Ofwel hebben ze motorpech.' In een rivier die vol krokodillen zit. Ik zag mijn dochters lijkje al op het modderige water drijven. Ik zag de jongens al hun afgerukte ledematen zoeken.

Uiteindelijk werd er vanuit Harry's Yacht Service een reddingsoperatie georganiseerd. Een speedbootje vertrok op zoek.

En toen kwamen ze eraan. Glunderend in de nacht. Luna: "Amai, wat wij allemaal gezien hebben vandaag, papa! Drie soorten apen. Varanen. Krokodillen. En nog vanalles."

Ze hadden het avontuur van hun leven meegemaakt. Met onder andere een defecte buitenboordmotor die hersteld werd bij het licht van een aansteker. "Elke seconde kan nu onze laatste zijn", had Chuck gezegd.

 
 

 

Zondag 22 augustus 2004 - Dag 750 - Kumai - Kalimantan - Borneo

Het had mooi kunnen worden tussen ons. Maar zij wilde te veel, te snel. Het was anders wel duidelijk liefde op het eerste gezicht. Wij wandelden door het regenwoud naar onze rivierboot - Spirit of the forest - toen zij uit het struikgewas kwam gerend en me bijna de kleren van het lijf trok. Samen hand in hand door de jungle wandelen, nu en dan stoppend om elkaar in de ogen kijken, dat vond ik fijn. Dat ze een kind op haar rug droeg, daar kon ik mee leven. Toen ze eerst haar hoofd en later haar hele lichaam in mijn schoot legde en me met haar vier grijphanden vastklemde zodat onze lichamen één werden, toen was er misschien zelfs sprake van eerlijke liefde. Maar toen ze iets later opgewonden op haar rug ging liggen en haar bovenmenselijke kracht gebruikte om mij op haar lijf te trekken, toen vond ik haar toch iets te hard van stapel lopen. Jammer, want mijn ego blonk al als een wijnkelk op zondagochtend omdat er eindelijk een keer een jonge vrouw zich aan mijn voeten gooide. Dat het een oerang oetang was, dat kon me niet schelen.

Dat ze me de rug toekeerde toen het bananenhok van het Leaky Rehabilitation Centre open ging, dat zal ik haar nooit vergeven. De slet!

Langs de Sekonyer (van 'schoener') rivier die langs het Tajung Puting National Park stroomt, liggen enkele rehabilitatie- en onderzoekscentra voor oerang oetangs. Het regenwoud op Borneo wordt aan een schokkende snelheid vernietigd en die dieren zijn daar één van de eerste slachtoffers van. Honderden (duizenden?) oerang oetangs per jaar worden op de zwarte markt wereldwijd verkocht. Enkelen worden onderschept of na enkele jaren van gevangenschap afgeleverd - zoals puppies die als volwassen honden in het asiel belanden, met dat verschil dat een volgroeide oerang oetang zeven keer sterker is dan een mens. Wij hebben de drie centra waar ze proberen de oerang oetangs terug de jungle in te sturen bezocht.

We deden dat in stijl, per klotok. Een klotok is een lange smalle rivierboot met een groot bovendek waarop je zit, eet en slaapt en vooral de voorbij schuivende jungle bewondert. Op Mercator bleef er een bootwachter achter, op de Spirit of the forest werden wij als prinsen bediend door een gids, een vrolijke kapitein en een ijverige kok die heerlijk eten voorschotelde tot hij door malaria geveld werd en met smakkende mond ten prooi viel aan koortsige ijldromen.

Krokodillen schoven verveeld in het water als we ze te lang bekeken, vanuit de bomen werden wij in de gaten gehouden door families langneusapen of makkaken, nu en dan vloog een kingfisher op - een vogel die als door een kind getekend en ingekleurd is.

De Sekonyer rivier is vuilbruin omdat er stroomopwaarts een illegale goudzoekersdorp ligt waar ze truckladingen modder in het water schuiven, samen met vernietigende hoeveelheden kwik die nodig zijn om het goudstof los te weken. Het water van de smalle zijarm waarop we na vijf uur varen Kamp Leaky bereikten is daarentegen van een vreemde soort zuiver zwart.

Kamp Leaky is één van de drie mensapen-onderzoekscentra die door evenveel studentes van de beroemde fosielenjager Richard Leaky werden opgericht. (Diane Fossey - van 'Gorillas in the mist' - bestudeerde gorillas in Rwanda, Jane Goodall bestudeert nog steeds chimpansees in Tanzania en hier in Tajung Puting is het Biruté Galdikas die sinds 1970 het onderzoek verricht.)

Op vaste tijdstippen worden de oerang oetangs die vrij in de jungle leven gevoederd. Het is de bedoeling dat ze gaandeweg op eigen benen leren staan en de nabijheid van het kamp verlaten, maar dat lukt niet altijd, sommigen blijven afhankelijk. Het zijn alleszins dieren die een diepe indruk achterlaten. Zo aandoenlijk en bijzonder zijn ze dat Els het eerste uur maar bleef giechelen om hun gedrag. Oerang oetangs hebben voor zevennegentig procent hetzelfde DNA als mensen en dat kun je aan ze zien. Je voelt een verbondenheid. Je herkent hun menselijke trekken, of ons aapachtig gedrag. Wij waren de enige bezoekers en konden uren toekijken hoe ze van boom naar boom slingerden, trossen bananen verorberden, een kom melk dronken, onder hun oksels krabden, de macho uithingen. En toen we dus terug naar de Spirit of the forest wandelden, toen herkende een vrouwtje het dier in mij en wilde ze hartstochtelijk met mij paren.

Een nacht onder een mukietennet onder de blote hemel op een boot die in de jungle ligt... Het is een keer iets anders. In de verte hoorden we het klagerige roepen van gibon-apen, dichterbij het gezoem van gefrustreerde muggen.

Dag twee bracht ons langs nog twee rehabilitatiecentra. In het eerste kwamen we samen aan met zeventien Spanjaarden waardoor wij meer gefascineerd waren door het vreemde gedrag van mensen dan door de eetgewoontes van oerang oetangs, het tweede centrum kon me erg bekoren omdat het team daar geen concessies voor het ecotoerisme wil doen en de oerang oetangs veel nadrukkelijker verplicht hun plan te leren trekken. Biruté Galdikas van het Leaky Centre vindt dat getraumatiseerde apenjonkies door mensen bemoederd moeten worden - zodat ze nooit meer echt wild worden. Hier werden die weesjes verplicht aan andere oerang oetangs te leren hoe ze in een boom moeten klimmen en welke bladeren ze kunnen eten. 'Wij zijn blij als we onze oerang oetangs nooit meer terugzien', legde de Maleisische onderzoekster uit. Ze bleef opgewekt niettegenstaande ze aan het dweilen is met de kraan open: de rand van het enorme natuurpark wordt aangevreten door palmolieplantages waar haar 'wildgemaakte' oerang oetangs - die niet bang zijn van mensen - gevangen worden, en zelfs ìn het park worden heelder bossen omgehakt - de Indonesische administratie is zo corrupt als wat.

Omdat twee unieke en erg gezellige dagen waarin we met z'n vijven als kolonialen zwalpten over een rivier door de jungle een slotzin nodig hebben die klinkt als een klok, schrijf ik hier: het was een wondermooie ervaring.

 

 

 

Maandag 23 augustus 2004 - Dag 751 - Teluk Pandan - Kalimantan - Borneo

Zoals het bruine water van de Kumairivier traag naar de zee vloeit, zo kwam onze dag traag op gang. Shit, is me dat een mottige vergelijking. Maar ze klopt wel. We sliepen dwars door de eerste twee oproepen tot het gebed die vanuit verschillende moskeeën over het water schalden heen, we stoorden ons niet aan het toeteren van vrachtschepen die in Kumai aankwamen, we zijn te gewend aan het luide tàktàktàk van vlakbij passerende eentaktmotoren om ervan wakker te schrikken. Tegen dat we als ontbijt havermoutpap lepelden was het al broeierig heet.

Na met onze allerlaatste rupia's voorraad ingeslaan te hebben op de markt, nadat we onze watertanks hadden laten bijvullen en nadat we onze 'clearance papers' hadden ontvangen lichtten we het anker om dat tien mijl verder aan de mijlenbrede monding van de rivier al weer te laten vallen achter een scherp landtongetje dat ons mooi van de Javazee scheidt. We wisten niet eens of je daar voor anker kon gaan en even zag het er slecht uit toen we maar twintig centimeter meer onder de kiel hadden, maar zonder schrik voor eigen lof dat stinkt durf ik te zeggen dat Els en ik intussen genoeg ervaring hebben om wat te kriskrassen en te vertrouwen op onze dieptemeter en onze kennis van bodemstrukturen om een prima plaats te vinden.

Iets later ging de zon alweer bloedrood onder.

 

 

 

 

Woensdag 25 augustus 2004 - Dag 753 - Javazee - 01°55.75 S - 108°59.78 E

Alweer sinds dertig uur op zee. Er wordt nooit veel gezegd of gedaan tijdens zo'n oversteek. Zelfs Sean is stilgevallen. We hangen wat op de kussens die nat zijn van ons zweet en van de hitte die naarmate we de evenaar naderen steeds plakkeriger wordt. De zuidoostelijke passaatwind die ons nu al sinds Fraser Island, Australië, trouw van dienst is kan elk moment oplossen in de ITCZ (inter tropical convergence zone) ofte de doldrums, de gevreesde zone van absolute windstiltes en tropische donderstormen.

 

 

 

 

Donderdag 26 augustus 2004 - Dag 754 - Serutu

Het was schrikken vanmorgen toen ik zag waar Mercator uitgekomen was. Slechts enkele meters verder en we lagen netjes in de penarie.

Het was alle hens aan dek toen we gisteren in het donker Serutu rondden. Els hield de radar in de gaten, Chuck was verantwoordelijk voor de dieptepeiling, Sean stond achter het stuurwiel en ikzelf stond op het voordek met een vérstraler. Het is geen pretje om bij het bleke licht van een halve maan en in gierende valwinden een ankerplaats te zoeken als je geen degelijke kaarten hebt. Toen ik net het anker had laten vallen werden we bovendien door een keiharde rukwind gegrepen zodat ik noch de ketting noch het ankertouw tegen kon houden en Mercator halvelings op hol sloeg. Uiteindelijk kon ik het ankertouw dan toch klem zetten en lagen we mooi vast, zij het met veel te veel ankerbeslag uit. Vannacht ben ik slechts zeventwintig keer opgestaan om uiteindelijk bij het eerste daglicht vast te stellen dat het geen haar scheelde of we hadden ons gisteren tegen koraalrotsen geparkeerd.

Nog voor het ontbijt hebben we Mercator netjes naar het midden van het mooie baaitje verlegd.

Hoe kan ik de bijzondere hoekjes van de wereld blijven beschrijven? Laat ik het erbij houden dat ik vanmorgen vroeg al met Luna en de jongens de kust van dit verlaten baaitje aan het verkennen was. We volgden eerst een klein zoetwaterstroompje en keerden dan over een heuvel naar de waterkant terug. Vervolgens bouwden we met aangespoeld hout een kamp voor Luna. Toen sleurden de jongens urenlang met loodzware boomstammen waarop ze terug naar Mercator wilden varen. Ik bewonderde het geduld waarmee ze de gladgeschuurde stammen op rondhouten naar het water rolden en de ijver waarmee ze de idiote spelletjes op hun vlot speelden.

Het was schandalig lang geleden maar eindelijk kon ik weer wat vis uit het water halen. De Javazee wordt grenzeloos overbevist zodat we nu al dagen zonder enig succes een vislijn achter ons aanslepen. Deze keer spiesde ik er in een uurtje twee mooie aan mijn harpoen, maar toen moest ik er mee ophouden wegens een miljoen piepkleine kwalletjes die me als evenveel spelden prikten. Later haalde ik toch nog vier prima exemplaren boven.

Zo gaat een dag bij een klein eilandje in de Javazee voorbij.

 

 

 

Vrijdag 27 augustus 2004 - Dag 755 - Serutu

We worden de hele tijd om de oren geslaan door onvoorstelbaar harde valwinden die over de hoge heuvels rondom de baai komen gevlogen. Het ene moment liggen we rustig te dobberen, het andere moment vliegt Mercator over het water tot de ankerketting gespannen staat als een... euh... welja, als een ankerketting in een orkaan en het hele schip vervaarlijk schuin gaat liggen.

Na een tweede nacht zonder teveel slaap schrok ik me vanmorgen wederom een hoedje. Mercator had het anker zeker zestig meter door het zachte zand op de bodem gesleurd. Dat had ik niet verwacht. De grond leek me perfect, dat was ik zoals ik vaak doe gaan verifiëren, en ik had overdreven veel ketting uitgegooid. Maar toch, die stormwind...

Niettegenstaande we goed wisten dat de wind verraderlijk was, werden we door het ene rampje na het andere verrast. Eerst nam de wind een kuipkussen mee, dan een zeilhandschoen van me. Die zijn we kwijt. Een haarband van Els konden we redden. Later kieperde Buut om in een windstoot als een uppercut. Terwijl ik snelsnel ons rubberbootje terug omdraaide om de motor niet te nat te laten worden, dook Sean in het water om de wegdrijvende peddels te halen. Daarna mocht ik negen meter diep duiken om het anker en de ketting van Buut te gaan ophalen. Tenslotte woei ook een deel van onze Belgische vlag stuk. Vervelend allemaal.

Tussenin heb ik tijd gehad om nog enkele vissen te gaan spiezen en is Els in het riviertje wat was gaan doen.

 

 

 

 

Zondag 29 augustus 2004 - Dag 757 - Zuid-Chinese Zee
 

De ITCZ heeft geen vaste standplaats en moet momenteel erg naar het noorden liggen want we varen bijna tegen de evenaar aan en nog steeds waait er een perfecte passaatwind. Toen we gisteren Serutu achterlieten woei het zelfs loeihard.

We varen over een hindernissenparcours. Sleepboten die 's nachts als hoerententen verlicht zijn en waar honderden meters verder dan opeens een onverlicht monster aan blijkt te hangen, vissersboten die grillige dansjes beginnen te maken als wij in de buurt komen en plotseling voor onze boeg hun netten uitgooien, vrachtschepen met wie we klaarblijkelijk op aanvaringskoers liggen en die niet antwoorden als ik ze oproep om hun koers en snelheid te vragen. Nu ja, geen antwoord is beter dan wat de Indonesische vissers allemaal door de ether gooien. Hun Engels beperkt zich tot een melodieus 'I looove youou, I looove youou' en als ze zelfs dat niet kunnen beginnen ze te zingen of te fluiten. Els vroeg aan twee vissersboten die voor onze boeg paradeerden wat hun intenties waren en iemand antwoordde: 'Hello girl? Djigi djigi?' Of ze zin had om te neuken.

Er hangt een vreemde koorts aan boord. Ik vond Luna dikke tranen huilend in haar kamer. Ze wil terug naar haar oude school, ze mist échte vriendinnetjes die altijd bij haar zijn, ze wil niet nòg een lang jaar op wereldreis zijn, dat vindt ze stòm. En Els en ik hadden een gesprek dat ontspoorde in gekibbel over wat we gaan doen als we terug in België komen. Zij wil heel veel van wat we deden en aanvaardden nooit meer doen of pikken, ikzelf zie ons wel terug in ons oude leventje nestelen. Nu ja, nestelen. Druk doen dus.

 

 

 

 

Zondag 29 augustus 2004 - Dag 757 - Pulau Penoh - Pulau Pulau Lingga

We zijn in de Lingga-groep aangekomen waarvan wordt gezegd dat er evenveel eilandjes als peperbolletjes in een soepkom zijn. We gooiden na alweer twee nachten en een dag varen het anker uit vlak naast een paaldorpje dat op het piepkleine eilandje Penoh ligt. Het doet me hier een beetje denken aan een kruising tussen de San Blas-eilanden en Tonga.

Wat ons erg verbaast is hoe in één land, dat welliswaar vreselijk uitgestrekt is en over talloze eilanden verspreid ligt, hoe in één land de mensen elke keer zo erg verschillend kunnen zijn. De ene keer worden we overrompeld door nieuwsgierige kinderen, de andere keer trekken de mensen ons bijna de kleren van het lijf, in Bali waren ze voornamelijk voornaam, soms zijn ze hartelijk vanop een afstand, soms schreeuwen ze net te luid en van te dichtbij 'Hello mister!' Op Penoh zijn de mensen vooral... erg bedeesd. Vriendelijk, dat wel, maar ze groeten ons pas nadat wij hen toezwaaien. De kinderen springen niet op ons, maar dartelen nieuwsgierig maar tegelijkertijd bangetjes om ons heen.

Toen ze zagen dat Luna en Sean schelpen verzamelden kwam er eerst één jongentje een mooi exemplaar cadeau doen. Dan durfden er twee, drie hetzelfde, en uiteindelijk iedereen. Nadat we het hele eilandje omwandeld hadden (1 km), vroeg een vrouw ons bij haar en haar broer binnen. Ze zette snel thee en maakte een emmer vol verse kroepoek voor ons en kreeg daarna met handen en voeten (en met veel bedeesd lachen) uitgelegd dat ze de lerares van het dorpje was. Later werd ook de ambulante verkoopster van gefrituurde bananen binnengeroepen en kregen we ook dat voorgeschoteld. Juist. Wie weinig heeft, geeft veel.

En dan... Bang! Een zeldzaam felle ruzie tussen Els en mij. Het zal met de vermoeidheid van het zeilen te maken hebben en met de broeierige hitte. Ik vond dat we een prima plekje voor de nacht hadden maar Els wilde nog wat zwemmen met haar kinderen en wilde dat liever niet naast de toiletten van het dorp doen. Dat begrijp ik eigenlijk wel. Maar ik had geen zin om alweer het anker op te halen. In ieder geval, van het ene kwam het andere zodat we een half uur later aan het varen waren terwijl we de allerstomst mogelijke beledigingen naar elkaar schreeuwden.

Nu liggen we bij Pulau Kongha Besar en is alles alweer peins en vree. Soms doet zo'n ruzie deugd. Na een bosbrand kun je klaarder zien en beter planten.

 

 

 

Maandag 30 augustus 2004 - Dag 756 - Pulau Gaja - Pulau Pulau Lingga

In de kuip is er terwijl ik dit schrijf een kringgesprek aan de gang. Els zegt: "Ik vind dat er vandaag teveel getrokken en gepest en geroepen werd." "Juist!", roept Sean, "Ik wil geen namen noemen!" Els zegt: "Maar jìj bent het die altijd zoveel lawaai maakt, vind je dat fair?" "Ja!", juicht hij, "omdat ik de leider ben!" Luna zegt: "Ik vind dat mama de leider moet zijn." Neen!", roept Sean, "In de natuur is het altijd het sterkste mannetje dat de groep domineert. Dus hier ook." "Maar het probleem is", zegt Luna, "Dat jij altijd..." "Neen!", roept haar broer, "Er zijn geen problemen! Het probleem is dat mensen die over hun toeren zijn eerst moeten bedaren omdat ze anders spijt zullen hebben van wat ze zeggen." Luna blijft proberen: "Laat iedereen één regel opstellen." "Oké!", roept Sean, "Eerste regel: de vier regels na de mijne tellen niet." "Seaean", klaagt Luna, "Doe normaal." Els zegt: "Ik meen het echt, Sean, dat ik over mijn toeren geraak omdat jij altijd je zus pest en altijd roept." "Moet jij je vinger niet opsteken als je in de aanval wil gaan?", vraagt haar zoon, "Moeten we in plaats van een zondebok te zoeken niet kijken naar onszelf en ons afvragen: hoe kan ik zélf het probleem oplossen? Heb jij al in jezelf gezocht, mama?" "Ja", zegt die, "En ik kwam bij jou terecht." En Sean roept blij: "Rock ' roll!"

We hebben geluncht òp de evenaar. Voila. We hadden het anker met behulp van onze twee GPS-toestellen minitieus juist uitgegooid en de ketting zo gevierd dat we iets later in de kuip van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond van de aarde zwaaiden, en terug, en nog een keer. Als de kinderen vanop de voorplecht in het water sprongen en naar het zwemplatform zwommen, staken ze elke keer de evenaar over.

We waren al een hele tijd terug in het oostelijk halfrond, nu zijn we ook terug in de noordelijk helft van de wereld. Bijna thuis dus, als het ware.

 

 

 

 

Dinsdag 31 augustus 2004 - Dag 757 - Pulau Pinto - Pulau Pulau Lingga

Mercator deed een wild waterballet. De ketting knarste en kraakte over de rotsige bodem en spande zich soms zo strak dat ik schrik had dat hij zou breken. Wat vannacht gebeurde was spectaculair. Geen sprake van te kunnen slapen. Ik ben integendeel enkele keren op de voorplecht bangetjes naar het schouwspel gaan kijken. We liggen tussen een groep eilandjes die erg dicht bij elkaar liggen, het ziet er hier een beetje uit als een krekengebied, een rivierdelta. Maar dan midden op zee. En tussen die eilanden stuwde vannacht een stroming die ik niet voor mogelijk hield. Het was volle maan en die stond in het zenith, dat had er zeker mee te maken. Het was alsof we op een stroomversnelling in de Orinoco lagen, met voorbij schietend drifthout en schuimende draaikolken die Mercator bijna om zijn as deden draaien. Indrukwekkend, maar ook erg zorgwekkend, zodat ik vanmorgen met zanderige ogen verlangde naar wat slaap.

's Ochtends deed de natuur overigens alsof er niets gebeurd was. Het water was weer kalm, doods bijna.

 

 

 

 

Woensdag 1 september 2004 - Dag 758 - Pulau Bedari - Pulau Pulau Riau

Deze vele vele eilanden zijn een heerlijk vaargebied. Je kunt je anker uitgooien waar je zin hebt, er zijn ontelbaar mooie plekjes. Maar je moet wel je zeekaart scherp in de gaten houden omdat het hier vol riffen, ondieptes en verborgen rotsen ligt. Van de Pulau Pulau Lingga had ik gelukkig een detailkaart op de kop kunnen tikken. (In het Indonesisch is 'eiland' - 'pulau', 'eilanden' is bijgevolg 'pulau pulau'.)

Van de Pulau Pulau Riau waar we deze namiddag aankwamen heb ik echter te weinig detailgegevens en dat heb ik geweten. Eindelijk rommelden de eerste langverwachte donderwolken in de verte. Dat zou voor de langverhoopte afkoeling zorgen maar ook voor bliksems die ik liever niet door ons elektronisch systeem liet passeren. Dus wilde ik voor anker gaan en alle elektronica loskoppelen. Maar de dieptes correspondeerden niet met wat ik verwachtte. Dus aborteerden we onze poging. Een tweede poging om enkele uren later een geschikte ankerplaats te vinden mislukte ook, de derde was pas succesvol na aardig wat gesukkel en een zenuwslopend zoeken naar riffen die vlakbij moesten liggen maar die in de troebele wateren niet te zien waren, ook al klom ik in de mast om van daaruit te kijken.

Toen de zon bijna onderging passeerde er een doejong, snuivend en puffend. Hij vluchtte toen Els en de kinderen van hun verkenning van Pulau Bedari terugkeerden. Hij vluchtte voor het oorverdovend lawaai dat Sean maakte.

 

 

 

 

Donderdag 2 september 2004 - Dag 759 - Raffles Marina - Singapore

Nu weet ik hoe een konijntje zich voelt dat de ring van Brussel wil overhuppelen. Nu weet ik hoe een bowlingbal zich voelt die geen kegel mag raken. Singapore naderen is... Pffft. Op een bepaald moment zagen we wel zestig vrachtschepen, sleepboten, tankers, containerschepen, ferry's, baggerschepen en watalnog rondom ons. De shipping lanes oversteken was als met een deux cheveautje, wat zeg ik: als met een kinderwagen!, proberen in te schuiven in een rij voortstuivende vrachtwagens op een verregende Antwerpse ring.

En dan bleek Singapore niet te kloppen. Middeen op zee lag een stuk land dat niet op onze kaart lag. Singapore breidt uit en doet dat met de grote middelen. Een lap van vele vierkante mijlen lag in onze weg. We moesten er omheen varen en verder op goed geluk af onze weg zoeken.

En nu zijn we in Raffles Marina. Leren fauteuils, fonteintjes in bakken van marmer, parket en vleugelpiano in de lounge, automatische schuifdeuren van glas in de douches, tennispleinen op het dak, een paar zwembaden, een fitnesscentrum... Vreemd - en ik heb dat al gezegd - vreemd hoe je op één dag varen in een heel andere wereld terecht kan komen.

Singapore. Aan de overkant van het water zien we Maleisië.

 

 

 

 

Vrijdag 3 september 2004 - Dag 760 - Raffles Marina - Singapore

'Die is gebroken.' Het was een nuchtere vaststelling. Ik, die iedereen altijd de les spel nooit op blote voeten te lopen, was keihard tegen een kikker op het ponton aangebotst. Teen gebroken. Zo voelde het tenminste aan. De vaststelling was misschien nuchter, mijn kermen was het niet. Vijf minuten later stond ik nog te huppelen en te kreunen toen vanuit Mercator Els vroeg: 'Heb je pijn schat?' - 'Neen', vloekte ik, 'Ik ben aan het repeteren voor een rol in Familie.'

Ruzie. Terwijl het steeds minder zeker was dat mijn teen gebroken was, werd het steeds duidelijker dat mijn relatie dat wél was. De vrouw van mijn leven had juist zo lang gewacht met iets te zeggen omdat ze weet dat pijn in mijn hersenen de duivel ontketent. 'Je hebt niet lang genoeg gewacht, blijkbaar,' knuffelde ik haar toen de pijn weggetrokken was. De breuk bleek een kneuzing te zijn. Zowel wat mijn teen als wat onze relatie betreft.

Pas op, die relatie werd de rest van de dag aan proefnemingen blootgesteld zoals die kastmeubels in de Ikea waarvan een machine de lade maar open en toe blijft trekken. Een duurzaamheidstest. We zijn met name naar Singapore geweest.

Bus en trein en dan die hitte. In een miljoenenstad. Ik was doorweekt en ik had honger. Dan word ik gevaarlijk. En dan was ik doorweekt en moegewandeld. Dan word ik lastig. Tenslotte was ik doorweekt en berustte ik in mijn lot. Maar toen verhuisde de duivel van mij naar Els, want zij kreeg de koorts waar ze altijd in een stad aan lijdt. Koopwoede. Opeens had de vrouw van mijn leven die nòòit een uurwerk heeft gehad dringend een uurwerk nodig. 'Omdat ik er éindelijk een keer één zie die ik mòòi vind!' De functionaliteit van een uurwerk ligt dus niet in het aflezen van de tijd maar in de estetiek. Soit. Ik houd het geld op zak en ik sakkerde zo te lang over die uitgave dat de lade van het kastmeubel bijna bleef steken.

De deal is dat we twee dagen door Singapore gaan dweilen en dan pas aan retail therapy gaan doen.

Het was al donker en al laat toen we terug in de jachthaven kwamen. Doorweekt en uitgeput.

Om bij te komen heb ik tenslotte nog een klein uurtje met mijn groottante van 91 jaar oud gebeld. 'Ah! Singapore, pays d'amour', zei ze, 'Dat was een liedje vroeger.'

(Nog één iets. Als je in het hoofdstuk Tuamotu's op 9 juni kijkt, zie je een foto van enkele dinghy's die aan elkaar gebonden wat dobberen in de laguna van Raroia. We kletsten toen wat met onze vrienden JG en Chantal van Pinical - die overigens officiëel rond de wereld zijn, zie ook hun echt erg goeie www.pinical.nl - euh... Welnu, op die foto zie je ook het jacht Tico Tico (net achter Mercator) en de crew van dat schip. En nu kom ik ter zake. Tico Tico is in de buurt van Fiji gezonken. De bemanning is door de Nieuw-Zeelandse marine gered kunnen worden.)

 

 

 

Zondag 5 september 2004 - Dag 762 - Raffles Marina - Singapore

Voor het zondagse lunchbuffet in de Bar & Billiard Room van het legendarische Raffles Hotel moeten de juiste woorden nog uitgevonden worden. Ofwel gooi ik in het normale leven iets te gemakkelijk met superlatieven zodat ik me nu klem rijd. Kan ook. In ieder geval: zowel de locatie als het eten zijn imposant. In een peperdure sfeer van kolonialisme, mahoniehout, koperen lampen, zilveren bestek, gesteven servetten, pluchen zetels en fluisterende kelners staat een bandje in smoking wat zachte jazz te spelen terwijl de fine fleur van Singapore langs de buffettafels struint. Dat buffet... Nog nooit heb ik zo'n overdaad aan culinaire hoogstandjes gezien en geproefd. Urenlang hebben we rustigaan onze smaakpapillen de verwenpartij van hun leven gegeven. En dan deden we die papillen uitgeput om medelijden smeken met het desertbuffet. Els verzuchtte minstens tien keer 'ongelooflijk'.

Toen zij aan de Academie studeerde was Frank Pinckers een klasgenoot. Sean acteerde als baby nog in een film van hem. Frank woont en werkt nu sinds een tiental jaar in Singapore als fotograaf en is hier getrouwd met de indische Namrata Paralkar. Gisteren kwam hij naar raffles Marina, vandaag schoven we samen met hem, zijn vrouw en zijn zoon Max aan de prachtige feesttafel aan. Ook Luk Jodoigne kwam opdagen. Hij is director of photography voor reclame- en langspeelfilms en pendelt tussen Brussel en Singapore. Toevallig was Luk in België met ons afscheidsfeest en verraste hij ons daar met zijn aanwezigheid, nu deed hij hetzelfde aan deze kant van de wereld.

Frank nam Luna - die letterlijk blaren op haar voeten had van het vele heen en weer lopen naar de buffettafels - mee naar huis. Namrata ging werken - zij is location manager voor film- en televisieopnames. Luk begeleidde ons door enkele shopping centra. Als je denkt dat je al een keer een shopping mall gezien hebt moet je eens naar Singapore komen. Mens, mens, mens. Wijnegem is een arm dorpje daarbij vergeleken. Singapore is het Sodom en Gomera van de consumptiedrift.

Ik sla de rest van de dag over en vind onszelf terug in bus 193. Het is donker. Het is laat. En wij zijn afgemat.

 

 

 

Maandag 6 september 2004 - Dag 763 - Raffles Marina - Singapore

In Singapore is het de taxichauffeur die zegt 'Laat maar zitten' als de klant naar zijn laatste twintig cent zoekt, niet omgekeerd.

In Singapore is een item op het nieuws de diefstal van een tas die een bejaarde man op een stoel had laten liggen. Er zat een mobiele telefoon, een metrokaart en dertig dollar in, zegt de nieuwslezeres. Intussen zie je beelden van een leeg restaurant, tafels, stoelen, de plaats van het delict.

In Singapore hangt in eettenten het vriendelijke verzoek niet tijdens piekuren te komen studeren. De gekoelde shoppingcentra die als futuristische steden ondergronds met elkaar verbonden zijn, zijn de studeer- leef- en hobbykamer van duizenden studenten die thuis zonder airco met teveel mensen in te weinig kamers leven.

In Singapore kan ik in de grootste boekenwinkel waar ik ooit geweest ben de kaften van de boeken niet zien omdat mannen er rustig hun kranten en tijdschriften op openvouwen. Als die uitgelezen zijn worden ze wel netjes terug in de rekken gezet.

In Singapore leggen klanten van onmenselijk drukke food courts hun mobiele telefoons op stoelen om die te reseveren terwijl ze gaan aanschuiven voor hun eten.

In Singapore word je moe, moe, moe omdat er altijd mensen om je heen zijn, altijd lawaai, altijd actie, altijd aanschuiven, altijd drummen, omdat er altijd iemand een foldertje in je handen wil stoppen.

In Singapore heb ik nog niemand zien lachen, kussen, boos worden, roepen, juichen, lopen, zingen of vloeken.

In Singapore liepen vandaag Els, Luna, Sean en Chuck zonder mij rond. Zij wilden shoppen en ik ben dan een storende factor.

 

 

 

Dinsdag 7 september 2004 - Dag 764 - Raffles Marina - Singapore

En toen waren ze nog met drie.

Luna's lippen trillen. Er wellen tranen in haar ogen op. 'De broérs', is het enige wat ze nog kan zeggen voor ze zich tegen me gooit en mijn t-shirt nathuilt. Wij twee zijn na het kijken van een troostfilm op weg naar het restaurant. Els is de zonen naar de luchthaven aan het brengen.

Die schuift 's nachts onder het laken dat ons tegen de muggen moet helpen beschermen, gaat op haar rug liggen, kijkt naar het plafond en zegt dan met een krop in haar keel: 'Kinderen, dat is een stuk van je lijf. Zo zeer doet dat.'

 

 

 

Woensdag 8 september 2004 - Dag 765 - Raffles Marina - Singapore

Oké, dat uurwerk dat Els enkel dagen geleden wilde en waar onze relatie bijna op stukliep... Dat is typisch een fait divers dat ik achteloos vermeld en dat jullie dan massaal oppikken, een afwijking waarmee iedereen mij emailsgewijs uitlacht. Welnu. We hebben het vandaag gekocht. Een uurwerk van Diesel. Ik heb daarvoor mijn empatisch vermogen moeten uitputten. Mijn verstand op nul moeten zetten. Hard slikken en dan mijn Visa-kaart trekken.

Daarna gingen we nog snel een nieuw polsbandje voor mijn Tag Heuer halen.

Goéiemorgen dokter! Die stomme polsband kostte twee keer zoveel als Els' hele uurwerk.

In de taxi naar de jachthaven - moet ik zeggen dat we na een dag Singapore weer uitgeput waren? - in de taxi rekenden we uit dat Frits en Joost op het strand van Bali vijftig valse Tag Heuers hadden kunnen kopen voor één echte polsband van dat merk. Afzetters.

Els de hele tijd gniffelen natuurlijk.

 

 

 

Vrijdag 10 september 2004 - Dag 767 - Raffles Marina - Singapore

Sinds nu ook Luna haar uurwerk kreeg (Baby-G van Casio) is de tijd stilgevallen.

Zij gaan zwemmen en fitnessen, ik onderga mijn Chuck Palahniuk-verslaving. We kijken een film en gaan dan slapen.

Soms staat de tijd zo snel stil dat je hem niet voorbij ziet vliegen.

 

 

 

Zaterdag 11 september 2004 - Dag 768 - Raffles Marina - Singapore

Bowlen doe je pas als je dagen te doden hebt. Wij doen dat graag. Dagen doden. Wie veel beweegt wil ook een keer ter plaatse trappelen. Het bezoek van Luk en Marijke, en van Nadia, Mahen en hun dochtertje Leah - Belgen en een Sri Lankees in Singapore - was gezellig warm tot we door een regenstorm uit het open restaurant gegeseld werden. Mercator stond blank.

 

 

 

Maandag 13 september 2004 - Dag 770 - Raffles Marina - Singapore

De sunday brunch in de Bar & Billiard Room van het Raffles Hotel, the sequel. Wij met ons drietjes, wij schransen tot ons maagzuur een golf van verzet omhoog stuwt. Achteraf laat Luna zich gewillig in een boekenwinkel zonder grenzen droppen zodat Els en ik alleen kunnen shoppen. We hebben een flesje witte wijn op, ik ben gewillig. Ik laat mijn liefste genieten van het passen van dure merken, geniet zelf intussen van het feit dat ze niets kan kopen omdat we nog een jaar op zee te leven hebben.

's Nachts logeren we in een gekoelde kamer bij Frank en Namrata.

 

 

 

Woensdag 15 september 2004 - Dag 773 - Raffles Marina - Singapore

Maak zelf je zin met de volgende woorden: Ikea, zwemmen en veel nietsdoen.

 

 

 

Donderdag 16 september 2004 - Dag 774 - Raffles Marina - Singapore

Ik moet eerlijk zijn. Ik mag niets verzwijgen. Maar ik kàn niet alles zeggen. Sorry.

Ik ga sinds een week slapen met hartkloppingen. Van wat Els me in de Bar & Billiard Room van het Raffles Hotel vertelt, hoor ik niets. In de winkel van Hugo Boss vraag ik een pen en papier om snel een inval op te schrijven. Tijdens het lesgeven sprint ik naar mijn Mac om een gedachte te ordenen.

Een jaar te vroeg zijn mijn hersenen terug op gang geschoten. Nu draaien ze in overdrive. Ik wil geen plannen maken maar mijn gedachten zijn me te snel af. Ik ben bezig. Ik ben nochtans geen ondernemer. Ik ben meer een oude tante die zich overal mee wil bemoeien. Maar de laatste weken zag ik, alsof ik een buitenstaander was, de puzzelstukken één voor één samenvallen tot een perfect project. Een flard van een idee, een opzetje van een plan, het exponent van mijn passie, is uitgegroeid tot een onderneming die voor me uit aan het hollen is.

Mocht de koorts nog tot Mercator beperkt blijven, alas. Maar nu word ik opgejaagd vanuit België om de koe bij de horens te pakken.

Ik ben aan het werken. Een derde van de wereld te vroeg.

Luna vraagt: "Papa, waarom wip je zo met je benen?"Els zegt: "Papa is gestresseerd. Hij moet ons land redden."

 

 

 

Zaterdag 18 september 2004 - Dag 776 - Raffles Marina - Singapore

We verlaten Singapore. Gisteren hebben we nog erg genoten van een etentje bij Nadia en Mahen. Frank, Luc en Marijke waren er ook. Nadia en Mahen zijn wat je noemt 'mooie mensen' en wonen met hun dochtertje Leah in een heerlijk huis op een grote lap grond. De uitgestrekte wijk was vroeger een legerbasis, je rijdt nog steeds door een poort binnen en hier en daar hangen nog borden dat het verboden is te fotograferen. De netjes geordende en allemaal gelijke huisjes van de officieren zijn nu erg gegeerde panden in een stad waar de meeste mensen in kleine flatjes in grote gebouwen geperst worden.

Allez hup, en dan nu naar Maleisië. Ik ben er niet echt met mijn gedachten bij.